Hoe paddenstoelen groeien
Paddenstoelen kweken thuis begint met broed: materiaal waarin het gewenste mycelium al groeit. Dat netwerk neemt geleidelijk een voedingsbodem, het substraat, in bezit. Wanneer de omstandigheden veranderen, kan het mycelium vruchtlichamen vormen: de paddenstoelen die u ziet. Paddenstoelen Wijzer is een onafhankelijke Nederlandse informatiegids die deze groeicyclus uitlegt, van entmateriaal tot vruchtvorming.
Mycelium, substraat en vruchtlichamen
Het mycelium is het netwerk van fijne schimmeldraden dat zich door een voedingsbodem verspreidt. Die afzonderlijke draden heten hyfen; samen vormen ze het grootste, meestal onzichtbare deel van de schimmel. In een kweek bestaat het substraat uit materiaal waarop de schimmel kan groeien en voedingsstoffen kan opnemen. Welke voedingsbodem geschikt is, hangt af van de paddenstoelsoort: het mycelium moet het materiaal kunnen benutten.
Na toevoeging van broed groeit het mycelium vanuit dat entmateriaal verder het substraat in. De schimmeldraden vertakken en verbinden zich, totdat steeds meer van de voedingsbodem gekoloniseerd is. Deze fase levert zelf nog geen grote, zichtbare paddenstoelen op. Het mycelium bouwt eerst een netwerk op en haalt daarbij voedingsstoffen uit het substraat.
Als de omstandigheden geschikt worden voor voortplanting, vormt het mycelium kleine aanzetten die zich ontwikkelen tot vruchtlichamen. Dat zijn de zichtbare paddenstoelen; hun hoed en steel zijn dus slechts een tijdelijk, bovengronds deel van de schimmel. Bij rijping kunnen sporen vrijkomen, terwijl het mycelium in het substraat achterblijft. De groeicyclus loopt daarmee van broed via kolonisatie naar vruchtvorming en sporenproductie. Zelf paddenstoelen kweken betekent vooral dat u die verschillende fasen herkent en het substraat tijd geeft om van de ene fase naar de volgende te gaan.
Broed en inenten
Broed is entmateriaal dat al doorgroeid is met het gewenste mycelium. Het kan bijvoorbeeld bestaan uit graankorrels of zaagsel waarop de schimmeldraden zich hebben gevestigd. Inenten betekent dat dit broed aan het substraat wordt toegevoegd. Het broed brengt dus levend mycelium in contact met de voedingsbodem, zodat de groei daar kan doorgaan.
Na het inenten breiden de schimmeldraden zich vanuit het broed uit en nemen ze geleidelijk meer substraat in bezit. Hoe gelijkmatig het broed verdeeld is, beïnvloedt hoe het mycelium zich door de voedingsbodem kan verspreiden. Tijdens deze kolonisatie gebruikt de schimmel de beschikbare voedingsstoffen om verder te groeien; pas later kan de overgang naar vruchtvorming volgen.
Ook andere schimmels kunnen op hetzelfde substraat groeien en concurreren met het gewenste mycelium om ruimte en voedingsstoffen. Daarom helpt schoon werken bij het inenten: schone handen en gereedschappen verkleinen de kans dat ongewenste schimmels met het broed of substraat meekomen. Het gaat om het beperken van besmetting tijdens het hanteren, niet om een andere groeifase. Als het gewenste mycelium het substraat goed koloniseert, heeft het een voorsprong op mogelijke concurrenten en kan de kweek doorgaan naar de omstandigheden voor vruchtvorming.
Temperatuur en vochtigheid
De omstandigheden voor kolonisatie zijn niet hetzelfde als die voor vruchtvorming. Bij oesterzwammycelium duurt het koloniseren van het substraat doorgaans circa 2–4 weken bij 18–24 °C. In die periode groeit het mycelium door de voedingsbodem; de temperatuur ondersteunt die groei, maar betekent op zichzelf niet dat er al paddenstoelen verschijnen. De tijdsduur is een richtlijn voor deze fase en geen vaste kalender voor iedere kweek.
Na kolonisatie kan de kweek overgaan naar vruchtvorming wanneer de omstandigheden veranderen. Voor oesterzwammen ligt de temperatuur tijdens deze fase doorgaans rond 10–20 °C, met een luchtvochtigheid van 80–95%. De lagere temperatuur ten opzichte van de kolonisatieperiode is onderdeel van de overgang. Hoge luchtvochtigheid helpt voorkomen dat de jonge vruchtlichamen uitdrogen, terwijl verse lucht nodig is om de vruchtvorming op gang te ondersteunen.
De verandering van groeifase is dus geen kwestie van één instelling: temperatuur, vocht in de lucht en luchtverversing werken samen. Een afgesloten, vochtige omgeving zonder verse lucht biedt niet dezelfde omstandigheden als een plek waar de lucht wordt ververst. Omgekeerd kan een droge lucht de jonge groei belasten, ook wanneer de temperatuur binnen het genoemde bereik ligt. Houd daarom de omstandigheden tijdens de vruchtvorming als samenhangend geheel in het oog.
Vanaf de start van de vruchtvorming verschijnt de eerste vlucht, oftewel de eerste groep paddenstoelen, doorgaans na circa 5–10 dagen. Dat is de eerste zichtbare oogstgolf van de kweek; de voorafgaande kolonisatieperiode hoort bij een andere fase en telt niet mee vanaf dit startpunt. Een kleine verandering in temperatuur, samen met hoge luchtvochtigheid en verse lucht, helpt het mycelium de overgang naar zichtbare vruchtlichamen te maken.
Oesterzwammen kweken
Oesterzwammen thuis kweken kan met koffiedik, gepasteuriseerd stro of een kant-en-klare kweekset. De routes verschillen vooral in voorbereiding: koffiedik is snel beschikbaar, maar vraagt om een zorgvuldige timing; stro moet eerst worden gepasteuriseerd. Een kweekset bevat het substraat en broed al in een gebruiksklare vorm en is daardoor de eenvoudigste keuze voor beginners. De oogst hangt af van de hoeveelheid en kwaliteit van het substraat en verloopt niet bij iedere kweek op dezelfde manier. Bij alle drie de methoden plukt u de trossen voordat de hoedranden omhoog krullen en sporen vrijkomen.
Op koffiedik
Voor oesterzwammen kweken op koffiedik hebt u vers gebruikt koffiedik, oesterzwammenbroed en een schone bak of kweekzak nodig. Verzamel alleen koffiedik dat nog vers is en houd het materiaal en de werkplek zo schoon mogelijk.
- Gebruik koffiedik dat binnen ongeveer een dag na het zetten is verzameld; ouder, vochtig koffiedik biedt schimmels meer gelegenheid om zich te ontwikkelen.
- Laat warm koffiedik eerst afkoelen en verwijder eventuele vreemde resten, zoals suikerzakjes, roerstaafjes of andere materialen die niet bij het substraat horen.
- Maak de bak of zak schoon voordat u begint en werk met schone handen en gereedschappen, zodat u zo weinig mogelijk ongewenste schimmels toevoegt.
- Weeg het koffiedik en meng er broed doorheen ter grootte van circa 10–20% van het gewicht van het koffiedik.
- Vul de kweekbak of zak losjes met het mengsel en laat het broed doorgroeien; open het materiaal niet onnodig tijdens deze fase.
- Controleer de kweek op zichtbare groei en pluk de oesterzwammen wanneer de hoedranden nog naar beneden staan, vóór ze omhoog krullen.
Koffiedik is al vochtig en bevat voedingsstoffen, waardoor het snel kan worden ingeënt maar ook gevoelig is voor besmetting. Gebruik het daarom snel na het verzamelen en houd de kweek schoon; een beschimmelde partij is niet geschikt om verder te kweken.
De oogst uit een kleine hoeveelheid koffiedik is doorgaans bescheiden en verschilt per batch. Na de eerste pluk kunnen nog meer oogstvluchten volgen, maar de hoeveelheid staat niet vooraf vast.
Op stro
Stro is een luchtig substraat voor oesterzwammen en kan in grotere hoeveelheden worden voorbereid dan koffiedik. U hebt schoon stro, broed, een hittebestendige bak en een schone plek nodig om het behandelde stro te laten uitlekken.
- Maak het stro kleiner zodat u het gelijkmatig kunt bevochtigen en later goed met het broed kunt mengen.
- Verhit water tot circa 65–80 °C en houd het stro ongeveer een uur onder water om het substraat te pasteuriseren.
- Haal het stro uit het hete water en laat het goed uitlekken; overtollig water maakt het mengsel natter dan nodig.
- Laat het behandelde stro afkoelen voordat u broed toevoegt, zodat de warmte het levende broed niet beschadigt.
- Meng het broed gelijkmatig door het afgekoelde stro en vul daarmee een schone kweekzak of bak zonder het materiaal hard aan te drukken.
- Laat het broed het stro doorgroeien en pluk de trossen zodra de hoedranden nog niet omhoog krullen.
De voorbereiding kost meer tijd dan bij vers koffiedik, omdat u het stro moet verhitten en laten uitlekken. Daar staat tegenover dat pasteurisatie een deel van de aanwezige concurrerende organismen vermindert; schoon werken blijft nodig om besmetting na de behandeling te beperken.
De opbrengst hangt onder meer af van de hoeveelheid stro en hoe goed het broed zich verspreidt. Een kleine huishoudelijke kweek levert geen gegarandeerde hoeveelheid op, en na een eerste pluk kunnen verdere oogstvluchten ontstaan.
Een kweekset gebruiken
Een kant-en-klare kweekset bevat doorgaans al doorgroeid substraat, zodat u geen koffiedik hoeft te verzamelen of stro hoeft te pasteuriseren. De vergelijking hieronder laat zien wat u per route zelf voorbereidt en waar de belangrijkste verschillen zitten.
| Methode | Benodigdheden en stappen | Inspanning | Gebruikelijke oogst | Schimmelrisico |
|---|---|---|---|---|
| Kweekset | Een gebruiksklare set; volg de aanwijzingen op de verpakking en maak de aangegeven opening vrij voor de vruchtvorming. | Laag: substraat en broed zijn al gecombineerd, dus mengen en pasteuriseren zijn niet nodig. | Pluk de trossen wanneer de hoedranden nog niet omhoog krullen; afhankelijk van de set kunnen meerdere oogstvluchten volgen. | Relatief weinig voorbereiding geeft minder momenten waarop u substraat kunt besmetten, maar schoon werken blijft belangrijk. |
| Vers koffiedik | Vers gebruikt koffiedik, broed en een schone bak of zak; meng broed ter grootte van circa 10–20% van het gewicht. | Gemiddeld: verzamelen en mengen is eenvoudig, maar het koffiedik moet binnen ongeveer een dag worden gebruikt. | De oogst is afhankelijk van de hoeveelheid koffiedik en kan na de eerste pluk nog uit volgende oogstvluchten bestaan. | Meer kans op schimmel wanneer het koffiedik te lang blijft staan of wanneer de bak, handen of gereedschappen niet schoon zijn. |
| Gepasteuriseerd stro | Stro, broed en een hittebestendige bak; pasteuriseer het stro ongeveer een uur in water van circa 65–80 °C, laat uitlekken en meng. | Hoogste voorbereiding: het stro verwarmen, uitlekken en laten afkoelen vraagt meer handelingen dan een kweekset of koffiedik. | De hoeveelheid verschilt met de hoeveelheid stro en de doorgroei; ook hierbij kunnen na de eerste pluk nieuwe oogstvluchten volgen. | Pasteurisatie vermindert concurrerende organismen, maar besmetting blijft mogelijk tijdens het uitlekken, afkoelen en mengen. |
Voor een eerste poging is een kweekset de eenvoudigste keuze: het substraat is al ingeënt en u hoeft geen eigen mengsel samen te stellen. Houd de instructies van de set aan en controleer de hoeden regelmatig zodra de paddenstoelen verschijnen.
Oogst de oesterzwammen voordat de randen van de hoeden omhoog krullen en sporen vallen. Snijd of pluk de hele tros voorzichtig; bij geschikte sets kunnen daarna nog meer oogstvluchten volgen, al is de totale opbrengst niet vooraf gegarandeerd.
Shiitake op hout
Shiitake groeit van nature op hout en kan thuis worden gekweekt op stammen of op samengestelde zaagselblokken. Beide methoden gebruiken hout als voedingsbron, maar verschillen in voorbereiding, ruimtebeslag en de manier waarop de paddenstoelen verschijnen. Een stam vraagt vooral geduld en een geschikte plek buiten of in een ruime, beschutte omgeving. Een blok is compacter en wordt doorgaans binnenshuis gebruikt. De keuze hangt af van de beschikbare ruimte en van de vraag of u een langdurige houtkweek of een hanteerbare kweekvorm wilt.
Welk hout geschikt is
Shiitake groeit op loofhout, omdat het mycelium houtbestanddelen kan afbreken en daaruit voedingsstoffen haalt. Eik en beuk zijn geschikte soorten: ze zijn dicht en vormen een bruikbare voedingsbron voor een stamkweek. Gebruik hout zonder schorsschade of duidelijke aantasting. Naaldhout is hiervoor niet de aangewezen keuze.
Kies stammen die vers gekapt zijn en enkele weken oud zijn. In die periode kan het hout vocht verliezen, maar het hoort nog niet uitgedroogd te zijn. Heel vers hout kan stoffen bevatten die de vestiging van het shiitakemycelium remmen; sterk verouderd of droog hout biedt juist minder geschikte omstandigheden. Een stam met intacte schors houdt vocht beter vast.
Voor het enten boort u gaten in de stam en brengt u broedpluggen aan: houten deuvels waarop shiitakemycelium groeit. Maak de gaten passend bij de pluggen en druk elke plug stevig naar binnen, zodat die goed contact maakt met het hout. Verdeel de gaten over het stamoppervlak en sluit ze na het plaatsen af met was. Die afdichting helpt de pluggen op hun plaats te houden en beperkt het uitdrogen van de openingen.
Deze werkwijze past bij wie shiitake thuis wil kweken met een duurzame houtbasis. Het mycelium heeft tijd nodig om zich vanuit de pluggen door de stam te verspreiden voordat er paddenstoelen verschijnen.
Hoe lang het duurt
De eerste vruchtvorming begint vaak circa 6–12 maanden na het inenten van de stam. Dat is een richtlijn, geen vaste oogstdatum: de ontwikkeling hangt onder meer af van de conditie van het hout en hoe goed het mycelium zich erin heeft gevestigd. Een stam kan vervolgens meerdere jaren shiitake produceren, zolang het hout geschikt blijft en de kweek niet uitdroogt.
Een koude waterbehandeling kan vruchtvorming uitlokken wanneer de stam voldoende is doorgroeid. Week de stam daarvoor 24 uur in koud water en zet hem daarna rechtop op een beschutte plek. Het plotselinge vocht en de temperatuursprikkel kunnen het mycelium aanzetten tot vruchtvorming. De behandeling garandeert geen onmiddellijke paddenstoelen; laat de stam na het weken de tijd om te reageren.
Plan de stamkweek daarom als een meerjarig project en reken niet op een oogst kort na het plaatsen van de broedpluggen. De eerste shiitake verschijnen pas nadat het mycelium zich door het hout heeft ontwikkeld.
Kweken op blokken
Zaagselblokken bieden een compact alternatief voor stammen. Ze bestaan uit houtzaagsel dat met shiitakemycelium is doorgroeid; de blokken worden meestal als kant-en-klare kweekbasis gekocht. De voorbereiding verschilt daarmee van stamteelt: u hoeft geen stammen te selecteren en geen broedpluggen in te brengen.
Bij de keuze spelen vooral de volgende verschillen mee:
- Een zaagselblok gebruikt fijn houtzaagsel als substraat; een stam bestaat uit een massief stuk loofhout waarin het mycelium zich vanuit de ingeënte plekken verspreidt.
- Een kant-en-klaar blok vraagt weinig voorbereiding: volg de aanwijzingen bij het product en maak het doorgroeide substraat klaar voor vruchtvorming.
- Een blok neemt doorgaans minder vloeroppervlak in dan een lange of zware stam en is daardoor praktischer wanneer u binnenshuis weinig ruimte hebt.
- Bij stammen begint de eerste vruchtvorming vaak circa 6–12 maanden na het inenten; bij blokken verschilt het moment per product en de staat van het blok.
- Een stam kan meerdere jaren produceren; bij een blok volgt vruchtvorming uit het voorbereide zaagselsubstraat en hangt hergebruik af van de kweekset.
Voor een blok wordt vruchtvorming doorgaans op gang gebracht door de gebruiksaanwijzing van de kweekset te volgen. Houd het blok daarna in een vochtige omgeving en geef de shiitake ruimte om uit het substraat te groeien. Bij een stam komt de groei rechtstreeks uit het houtoppervlak; bij een blok verschijnen de paddenstoelen op het compacte, doorgroeide substraat.
Een blok is een praktische keuze voor wie met beperkte ruimte wil starten en geen hout wil inenten. Een stam past beter bij wie plaats heeft voor een langdurige kweek en accepteert dat de eerste oogst niet snel volgt. Geen van beide methoden levert op een exact voorspelbare datum paddenstoelen op; de conditie van het substraat en de ontwikkeling van het mycelium bepalen mede wanneer vruchtvorming plaatsvindt.
Veelvoorkomende problemen
Tijdens het kweken kunnen kleur, vorm en oppervlak van de paddenstoelen aanwijzingen geven over wat er misgaat. Controleer bij afwijkingen zowel de vruchtlichamen als het substraat en de luchtopeningen van de kweekset. Een aanpassing werkt het best wanneer u één oorzaak tegelijk aanpakt en het effect bij de volgende groeidagen volgt. Let daarbij op besmetting, vocht en de hoeveelheid verse lucht.
Schimmel en bacteriën
Groene of zwarte schimmel op het substraat wijst op besmetting. De ongewenste schimmel groeit naast het mycelium van de gekweekte paddenstoel en concurreert om ruimte en voedingsstoffen; daardoor kan de gewenste groei stoppen of verzwakken. Een verkleuring is niet hetzelfde als een normale kleurverandering van het substraat: let vooral op nieuwe, duidelijk groene of zwarte plekken en een uitbreiding daarvan.
Is een kweekset uitgebreid groen beschimmeld, gooi de set dan weg in plaats van te proberen de plek weg te snijden of de kweek te redden. Verplaats de set voorzichtig en voorkom dat los materiaal over het kweekoppervlak of andere sets valt. Reinig daarna het werkblad en was uw handen; gebruik schoon materiaal wanneer u een volgende set opent. Houd bij nieuwe sets de verpakking gesloten tot het moment waarop de instructies aangeven dat die geopend mag worden.
Bij een vermoeden van besmetting helpt extra water niet: maak het substraat niet natter en raak verdachte plekken zo min mogelijk aan. Controleer ook of er geen vuil of oud substraat op het werkoppervlak of gereedschap zit. Een schone werkwijze en het volgen van de aanwijzingen voor de kweekset beperken de kans dat schimmelsporen bij het openen op het substraat terechtkomen.
Te droog of te nat
Droge hoeden en randen die barsten of omkrullen passen bij een te lage luchtvochtigheid rond de paddenstoelen. Verhoog de vochtigheid geleidelijk: vernevel een fijne nevel in de omgeving van de kweek of op de binnenwand van de kweekruimte, niet met een harde straal op de vruchtlichamen. Herhaal dit alleen wanneer de omgeving zichtbaar opdroogt; de lucht mag vochtig zijn zonder dat er water op de paddenstoelen blijft staan.
Slijmerige paddenstoelen wijzen juist vaak op te veel water of langdurig natte oppervlakken. Stop dan met vernevelen en laat overtollig vocht verdwijnen; giet nooit water rechtstreeks op het substraat. Houd de luchtopeningen van de set vrij, zodat vochtige lucht kan worden ververst. Besproei pas opnieuw wanneer het oppervlak en de omgeving niet meer kletsnat zijn. Een lichte nevel en een vochtige, maar niet doorweekte kweekomgeving zijn praktischer dan veel water in één keer.
Kleine of vervormde paddenstoelen
Lange, dunne stelen met kleine hoeden zijn een herkenbaar teken van te weinig verse lucht. In stilstaande lucht kan koolstofdioxide zich rond de groeiende paddenstoelen ophopen, waardoor de vormontwikkeling verandert. Kijk of ventilatieopeningen geblokkeerd zijn en ververs de lucht kort, bijvoorbeeld twee à drie keer per dag, zonder de kweek langdurig aan droge tocht bloot te stellen.
| Symptoom | Waarschijnlijke oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Lange, dunne stelen en kleine hoeden | Weinig verse lucht en ophoping van koolstofdioxide | Maak ventilatieopeningen vrij en ververs de lucht twee à drie keer per dag kort |
| Hoeden blijven klein en ontwikkelen ongelijk | Onvoldoende luchtverversing rond de vruchtlichamen | Controleer of de opening van de set niet tegen een muur of voorwerp staat |
| Paddenstoelen groeien scheef of raken elkaar | Belemmerde groeiruimte of luchtstroming aan één zijde | Geef de groeiplaats rondom ruimte en oogst een rijpe, dicht opeenstaande tros aan de basis |
Vervormde groei heeft niet altijd één duidelijke oorzaak. Controleer daarom eerst of de vruchtlichamen voldoende vrije ruimte en luchtcirculatie hebben; pas daarna een omgevingsfactor aan en kijk of nieuwe groei gelijkmatiger wordt. Eet paddenstoelen alleen wanneer ze uit een kweekset komen of wanneer u zeker weet welke gekweekte soort het is. Eet nooit paddenstoelen die onverwacht in het substraat verschijnen. Pluk of eet geen wilde paddenstoelen: identificatie aan de hand van tekst, foto’s of apps is niet betrouwbaar; alleen een getrainde mycoloog kan wilde paddenstoelen identificeren.
Veelgestelde vragen over paddenstoelen kweken
De geschikte kweekmethode hangt af van de paddenstoel, het beschikbare substraat en de tijd die u voor de kweek heeft.
Welke paddenstoel is het makkelijkst te kweken?
Oesterzwammen zijn voor beginners meestal het makkelijkst te kweken. Ze groeien op verschillende voedingsbodems, zoals koffiedik en stro, waardoor u kunt starten met materiaal dat goed beschikbaar is. Dat maakt zelf paddenstoelen kweken toegankelijk zonder meteen een houtblok of een ingewikkelde opstelling nodig te hebben. Shiitake vraagt meer geduld wanneer u die op hout kweekt: het mycelium moet zich in het hout vestigen voordat er paddenstoelen verschijnen. Wie een eenvoudige eerste kweek wil proberen, kiest daarom vaak oesterzwammen; shiitake past beter bij wie specifiek met hout aan de slag wil.
Kun je paddenstoelen op koffiedik kweken?
Ja, oesterzwammen kweken op koffiedik kan met vers gebruikt koffiedik en paddenstoelenbroed. Gebruik het koffiedik bij voorkeur binnen ongeveer een dag nadat de koffie is gezet, zodat het niet lang ongebruikt blijft liggen. Meng het broed er gelijkmatig doorheen; als richtlijn vormt het broed circa 10–20% van het gewicht van het koffiedik. Zo krijgt het mycelium een voedingsbodem waarin het zich kan verspreiden. Deze methode gebruikt restmateriaal uit de keuken, maar vraagt wel om een schone werkwijze en een passend broed.
Hoe lang duurt het voordat je kunt oogsten?
Met een kweekset kunt u vaak binnen 1–2 weken na de start oogsten, terwijl kweken op koffiedik of stro in totaal circa 4–8 weken vraagt. Het verschil komt onder meer door de gekozen kweekroute en de fase waarin u begint: een set bevat doorgaans al een voorbereid substraat, terwijl u bij koffiedik of stro eerst de kweek opzet. Ook de omstandigheden tijdens de groei spelen mee. Reken daarom met de genoemde termijnen als gebruikelijke richtlijn en niet als vaste oogstdatum; de ontwikkeling van de paddenstoelen bepaalt wanneer ze klaar zijn.
Heb je licht nodig om paddenstoelen te kweken?
Ja, paddenstoelen hebben indirect licht nodig als signaal voor de vruchtvorming, maar direct zonlicht is niet nodig. Een plek met daglicht zonder felle zon kan daarvoor geschikt zijn. Licht alleen is niet voldoende: ook vochtigheid, verse lucht en een temperatuur die past bij de soort zijn belangrijk wanneer de vruchtlichamen zich vormen. Een donkere ruimte kan de groei dus belemmeren, terwijl een zonnige vensterbank het substraat juist onnodig kan opwarmen en uitdrogen. Kies bij paddenstoelen kweken binnenshuis daarom een lichte plek uit de directe zon.
Kun je een kweekset opnieuw gebruiken?
Ja, een kweekset kan na de eerste oogst soms nog een tweede en zelfs een derde oogstvlucht geven. Of er opnieuw paddenstoelen groeien, hangt af van de conditie van de set en van hoeveel voedingsstoffen en vocht het substraat nog bevat. Een volgende oogst is dus mogelijk, maar niet gegarandeerd. Volg voor het verzorgen van de set de aanwijzingen die bij het product horen en let op of het substraat nog actief en voldoende vochtig is. Blijft nieuwe groei uit, dan heeft hergebruik zijn grens bereikt.